
Als een bekende, een vriend of familielid wordt aangehouden in Nederland vanwege een strafbaar feit dat in een ander land zou zijn begaan, is er sprake van uitlevering of overlevering. Wanneer die bekende wordt vastgehouden, is dit zeer ingrijpend. Een heel aantal vragen komen vast omhoog. Wat zijn de bevoegdheden van de politie? Wat houdt de procedure precies in? Kunnen we er nog iets aan doen? Hoe lang mag hij worden vastgehouden? Ons kantoor staat cliënten bij in overleverings en uitleveringszaken. U kunt bij ons terecht voor uw vragen en problemen met betrekking tot dit soort zaken.
Overlevering
EU-lidstaten kunnen op grond van het Europees aanhoudingsbevel (EAB) rechtstreeks de overlevering van een gezochte persoon aan rechterlijke autoriteiten in een ander EU-land vragen, in dit geval dus aan Nederland. De opgeeiste persoon wordt in Nederland gesignaleerd en vervolgens aangehouden door de politie en vervolgens inverzekering gesteld. Binnen de vastgestelde termijn wordt de opgeeiste persoon in bewaring gesteld. De raadkamer van de rechtbank beveelt vervolgens op vordering van de officier van justitie de gevangenhouding. Wanneer de rechtbank te Amsterdam de verzochte overlevering toelaatbaar acht, wordt de opgeëiste persoon feitelijk aan de opeisende staat overgeleverd.
In de procedure van deoverleveringswet is er één instantie die over de overlevering beslist, de rechtbank te Amsterdam. Tegen de beslissing van de rechtbank is geen hoger beroep of cassatie mogelijk. Overleveringsverzoeken worden gedaan d.m.v. het Europees Arrestatiebevel (EAB). Deze standaardwerkwijze maakt de kans op fouten kleiner en beperkt het onderzoek van de Rechtbank tot die omstandigheden die door de persoon wiens overlevering wordt gevraagd worden gesteld.
Aan de advocaat de taak om alle omstandigheden die in het voordeel van de opgeeiste persoon kunnen werken zo goed mogelijk naar voren te brengen bij de Rechtbank en zorg te dragen dat de rechten van de opgeëiste persoon zo goed mogelijk gewaarborgd zijn.
Uitlevering
Wanneer een persoon in verband met een strafzaak in een niet EU-lidstaat wordt opgeeist dan is er sprake van een uitleveringsverzoek aan Nederland. In uitleveringszaken is naast de Nederlandse Uitleveringswet ook het betrokken uitleveringsverdrag (tussen de betrokken staten) van belang. De strafzaak wordt niet zelf behandeld, maar de rechtbank heeft als taak te onderzoeken of aan een aantal formaliteiten is voldaan. De rechtbank dient te beoordelen of er wel sprake is van dubbele strafbaarheid (het feit moet niet alleen strafbaar zijn in het eisende land, maar ook in Nederland), of de onschuld direct kan worden aangetoond, of het feit niet reeds is verjaard, of er geen sprake is van ne bis in idem (dat is de vraag of iemand reeds is vervolgd voor hetzelfde feit), of er mogelijk redenen van humanitaire aard zijn die de uitlevering belemmeren en als de uitlevering wordt uitgevoerd of de betrokkene niet wordt vervolgd voor feiten waarvoor hij niet is uitgeleverd (het specialiteitsbeginsel).
Een advocaat staat de opgeeiste persoon bij in de procedures aan welke de opgeeiste persoon wordt onderworpen. De advocaat heeft kennis van die procedures en draagt ervoor zorg om de rechten van de cliënt zo goed mogelijk te waarborgen en om zoveel mogelijk te doen om de uitlevering te voorkomen.
Advocaat
Het is belangrijk om te weten dat de opgeeiste persoon te allen tijde vrij is in zijn keuze van een advocaat, ook als hem reeds een piketadvocaat is toegewezen. Wanneer een persoon gedetineerd is in verband met de overlevering/uitlevering dan heeft deze persoon recht op een toegevoegde advocaat. Gelijk bij de aanhouding en inverzekeringstelling kan de betrokken persoon zijn voorkeur voor een advocaat aangeven.
